b-o-e-r-d-e-r-i-j

In een vorig leven, toen alles nog rimpelloos en simpel was, was ik juf op een middelbare school. De rode pen was mijn beste vriend.

Nog steeds heb ik dat wijzende vingertje. Ik heb het vooral bij fouten in teksten. Ze vallen me meteen op. Dat is goed, en logisch, als je tekstschrijver bent. Maar af en toe is het ook vermoeiend want die knop kan ik nooit uitschakelen. Ik struikel, ik val stil, als ik een verdwaalde letter of gemiste toetsaanslag tegenkom. En ik kan het niet laten om er iets van te zeggen.

Dat is niet alleen vervelend voor mij maar ook voor degenen die op dat moment bij me zijn. Vooral mijn man en kinderen zijn het slachtoffer.

‘Staat er nu echt ‘boederij’ op dat bordje? Even een foto nemen!’

‘Hun’ gaan naar het zwembad? ‘Zij’ gaan naar het zwembad!’

‘Ik staat? Ik sta!’

Sorry jongens, maar het kan écht niet!

Oh, en hoe het ook alweer zit met zij / hun? En met d / dt? Klikken dus!

Weet jij trouwens in welk attractiepark ik de foto genomen heb?